NIET-CONFESSIONELE ZEDENLEER IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS
Als leraar Niet-Confessionele Zedenleer wil je jongeren aanzetten tot kritisch denken, tot het ontdekken van een gezamenlijk belang, tot medeleven en waardevol leven. Je kiest ervoor om dit te doen vanuit een vrijzinnig humanistisch standpunt. Humanistisch, omdat je gelooft dat we als mens de verantwoordelijkheid hebben tegenover onszelf en de toekomstige generaties. Vrijzinnig, omdat je het moreel handelen willen laten uitgaan van een op wetenschap gebaseerde moraal.
Vaak ben je als leraar Niet-Confessionele Zedenleer meer dan een vakleraar: je bent een ‘groene leraar’, een vertrouwenspersoon voor jongeren die met problemen kampen of met vragen zitten (thuissituatie, verliefdheid en seksualiteit, pestgedrag, leven en dood,…).
Het Postgraduaat Moraal leidt tot het 'Voldoende geacht bekwaamheidsbewijs' voor leraar Niet-Confessionele Zedenleer, waarmee je les kan (blijven) geven in het Secundair Onderwijs. Met het bekwaamheidsbewijs kun je aan de slag in het gemeenschapsonderwijs, het onderwijs voor steden en gemeenten en het provinciaal onderwijs.





