“In ons botweefsel zijn er eenvoudig gezegd drie soorten van cellen aanwezig die normaal gezien in evenwicht zijn. Een eerste soort maakt bot aan, een tweede, de osteoclasten, breekt het net af”, vertelt Veerle. De derde soort treedt op als een soort manager en coördineert de botaanmaak en –afbraak. Wanneer dat evenwicht verstoord is, vindt er netto botaanmaak of afbraak plaats. In het laatste geval geeft dit op termijn aanleiding tot loszittende tanden en tandverlies. In mijn thesis onderzocht ik de rol van de interacties tussen de cellen in de verschillende fasen van de osteoclastogenese, het migratiegedrag van de osteoclasten en de vorming van mitochondriën in deze cellen. Het is inderdaad fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: ik probeerde de processen in kaart te brengen en te verklaren zodat uiteindelijk botgerelateerde ziektes beter behandeld kunnen worden.”
Veerle werkte in Amsterdam in een multidisciplinair en internationaal team. Ondermeer moleculaire biologen, orthopedisten, dokters en tandartsen maakten er deel van uit, waardoor de probleemstelling vanuit verschillende standpunten kon bekeken worden.
Geaffilieerd onderzoeker
Na het verdedigen van haar doctoraat in juli 2010, zocht Veerle naar een job waarin ze haar passie voor onderzoek kon combineren met deze voor onderwijs. Zij vindt het immers belangrijk dat de actuele kennis verspreid wordt, maar ook dat de grenzen van de huidige kennis voortdurend afgetast worden. En zo kwam ze opnieuw terecht bij GROEP T. Haar opdracht is gelijkmatig verdeeld over lesgeven en onderzoek. Veerle doceert Medical Bio-engineering, Fermentatie en Bioconversie, Biomedische en biochemische onderzoeksmethoden, moleculaire celbiologie en ze begeleidt verschillende practica.
Als geaffilieerd onderzoeker is ze verbonden aan het kennisplatform Prometheus. Dat bevindt zich in Gasthuisberg, de plaats waar zij ook haar masterthesis gemaakt heeft. Momenteel is Veerle ingeschakeld in twee onderzoeksprojecten. Binnen de vakgroep wordt een aanvraag voorbereid voor een TETRA-project: LIMSY. Het LIMSY-project – Live Cell Monitoring System – wordt samen met M3-Biores ontwikkeld. Met dit systeem kan de dynamiek van celpopulaties in “real-time” bestudeerd worden. Daarnaast werkt zij aan een FWO-aanvraag met betrekking tot het onderzoeken van osteoclastvorming en botafbraak in Tissue Engineered constructs.
Het onderzoek waaraan zij meewerkt, is dus nog steeds botgerelateerd met de focus op weefselregeneratie. “Het onderzoek waarvoor wij de steun van het FWO zullen aanvragen, zal zich uitspreiden over 3 jaar. Net zoals in Amsterdam, werken we ook hier weer samen met een interdisciplinair team. Onze thuishaven is Gasthuisberg, waar we de nodige laboratoria te onzer beschikking hebben”, aldus Veerle.
Onderzoeksgebaseerd onderwijs
Veerle vindt het positief dat GROEP T in het kader van de academisering van het hoger onderwijs inzet op wetenschappelijk onderzoek. Dank zij deze focus wordt het wetenschappelijk denken van de studenten versterkt en hun kritische vermogen aangescherpt. “Dit gebeurt zowel in de EE-projecten, als in de hoorcolleges. In mijn hoorcolleges bespreek ik wetenschappelijke artikels met mijn studenten. Ik vind het immers belangrijk dat een toekomstig ingenieur kritisch en probleemoplossend leert denken. En daarvoor heeft hij een degelijke wetenschappelijke basis nodig.”
Op dat vlak is GROEP T sterk geëvolueerd ten opzichte van haar studieperiode en is de academisering duidelijk zichtbaar in de opleiding. “GROEP T is er altijd sterk in geweest om in de frontlinie te staan, nieuwe tendensen te detecteren en ze vóór de andere hogescholen te implementeren. Dat is essentieel als je ingenieurs wil opleiden voor de huidige en toekomstige arbeidsmarkt. Met de dubbele focus op praktijk en wetenschappelijk onderzoek, vergroot je de toekomstkansen van je afgestudeerden. Een GROEP T-ingenieur is van vele markten thuis en vindt zijn weg zowel in het bedrijfsleven als in het voeren van onderzoek.”
Jan Jaspers