Tom begon met voetballen toen hij 5 jaar was en zijn talent werd al snel ontdekt door KVC Westerlo, waar hij zijn jeugdjaren als voetballer doorbracht. Gelijktijdig volgde hij lagere school en vervolgens secundair onderwijs: moderne talen-wetenschappen. Toen hij 15 was, werd hij gescout door KV Mechelen, waar hij gedurende drie jaar bij de beloften speelde. Daardoor werd de sportieve lat meteen een stuk hoger gelegd met meer intensieve trainingen en regelmatige matchen. De combinatie met zijn studies van het 5de en 6de jaar secundair onderwijs werd mogelijk gemaakt door in het KA Redingenhof Leuven de richting Topsport-Wiskunde te volgen. Het Redingenhof is een van de vijf topsportscholen die sinds 1998 door de Vlaamse Overheid erkend zijn. Deze scholen ondersteunen de leerlingen in hun sport en zorgen ervoor dat de sporter op 18 jaar een volwaardig ASO-, TSO- of BSO-diploma kan behalen. Tom zat er in de klas samen met nog 9 andere jonge atleten.
Je moet er echter wel wat voor over hebben. “De school stelde ook hoge eisen, terwijl op sportief vlak de verwachtingen toenamen. Maar de combinatie ging: ik trainde vooral ’s avonds.”
Middenvelder
Vanaf het seizoen 2009-2010 speelt Tom als middenvelder in de eerste ploeg van KV Mechelen en dus namen de verplichtingen op sportief vlak toe. Heel wat trainingen situeren zich overdag, zodat het niet evident is om er nog wat bij te doen. Voor Tom echter was het vanzelfsprekend dat hij zou verder studeren. Geschiedenis of vertaler-tolk zag hij wel zitten, tot een vriend die bij GROEP T studeert, zijn oude droom om ingenieur te worden, terug aanwakkerde. “Ik had altijd al ingenieur willen worden, maar dacht dat dat onmogelijk was, omwille van de combinatie met mijn sport. Tot bleek dat GROEP T via het statuut van topsporter faciliteiten biedt om studie en sport met elkaar te verzoenen.”
Het topsportstatuut betekent geen verlaging van de normen of vereisten die aan de studie gesteld worden. Het biedt wel de mogelijkheid om gewettigd afwezig te zijn in de hogeschool op de momenten dat er bij KV Mechelen getraind wordt. Tom verdeelt op die manier zijn tijd tussen trainingen en matchen bij KV Mechelen en colleges en projecten bij GROEP T. “Omwille van mijn trainingsschema, kan ik de werkcolleges niet bijwonen. Maar dat vang ik op door de oefeningen thuis te maken.” Aan projecten werkt hij zoveel mogelijk mee. “Mijn medestudenten hebben gelukkig begrip voor mijn situatie. Anderzijds engageer ik me voor bepaalde taken en die voer ik dan ook uit.” Tot nu toe valt studeren als topsporter bij GROEP T zeer goed mee. “De hogeschool vangt mij goed op en biedt waar nodig alternatieven aan.”
Engagement
Voor Tom is het zeer duidelijk dat hij zijn carrière als profvoetballer verder wil uitbouwen. Hij wil daarvoor alle kansen grijpen die hem geboden worden via zijn ploeg. Anderzijds weet hij dat een topvoetballer meestal op 35 jaar over zijn hoogtepunt heen is. “Daarom wil ik een diploma halen, zodat ik na mijn sportloopbaan nieuwe wegen kan uitgaan.” Heel wat van zijn jonge collega’s voetballers stopten na hun secundair onderwijs met studeren en gingen voluit voor de professionele carrière in de sport. Hun toekomst na de sport is onzeker, zonder verdere studie. Studeren vraagt een groot engagement, maar het is de moeite waard. Hij wordt daarin ook gesteund door zijn club. Zo toont zijn trainer belangstelling voor hoe het bij GROEP T gaat en houdt hij waar mogelijk ook rekening met de studies van Tom.
Een van de minpunten is dat hij niet kan genieten van het studentenleven. Maar uitgaan en sporten gaan niet samen. Af en toe is dat tandenbijten, maar doorzetten is een van de levenslessen die je als sportman of sportvrouw meekrijgt.
Jan Jaspers