
Pieter-Jan Van den Berge was enkele jaren geleden één van de eerste Groep T-studenten in de lerarenopleiding die de oceaan overstaken om op zelfstandige stage te gaan.
In Peru gaf Pieter-Jan overdag les aan jonge kinderen en ’s avonds aan volwassenen. Zo ontdekte hij dat volwassenen een erg dankbaar publiek zijn.
Voor hem was het dan ook een logische stap om in 2003 les te gaan geven aan kortgeschoolde volwassenen in het Centrum voor Basiseducatie in Diksmuide. Hij geeft hoofdzakelijk Nederlands aan anderstaligen. Sommige cursisten zijn pas in Vlaanderen toegekomen en kennen nauwelijks een woord Nederlands. Een flinke dosis geduld is dan echt een must. Maar daar ontbreekt het Pieter-Jan niet aan. ‘Ik vind het een erg fijne job. Ik heb fantastische collega’s, een internationale mix van cursisten en ik mag lesgeven in de hele Westhoek. Sleur zit er dus echt niet bij!’
Daarnaast geeft Pieter-Jan ook Nederlands in de gevangenis van Ieper. Daar gaat het er natuurlijk een beetje anders aan toe.
‘De eerste keer was het best even schrikken: je wordt tegen een muur geplaatst en er wordt een foto van je genomen. Ook nadien moet je elke keer je identiteitskaart afgeven en door de metaaldetector gaan. Bovendien worden mensen enkel in de gevangenis van Ieper opgesloten in afwachting van hun proces. Na hun veroordeling worden ze overgeplaatst naar een andere strafinstelling. Daardoor is het verloop van cursisten er wel erg groot.’ aldus Pieter-Jan.
De motivatie van de gevangenen om Nederlandse les te leren ligt wel enigszins anders dan in het volwassenonderwijs in Diksmuide. Sommigen volgen de wekelijkse modules enkel en alleen om een attest te ontvangen. Dit document komt in hun dossier terecht en kan als bewijs van goed gedrag de uiteindelijke strafmaat beďnvloeden. Anderen volgen de lessen dan weer om de verveling tegen te gaan. Natuurlijk zitten er ook gevangenen bij die echt gemotiveerd zijn.
De inhoud van de lessen in de gevangenis is anders dan in zijn school in Diksmuide. In de gewone Basiseducatie leren de cursisten Nederlands waarmee ze zich in het dagelijkse leven uit de slag kunnen trekken: hoe neem je de bus, hoe ga je winkelen... Maar daar hebben gevangen weinig aan. Daarom krijgen zij les over het gevangenisleven zelf: het maatschappelijk werk, de hiërachie bij de cipiers, en allerlei andere dingen die hun van pas kunnen komen. Pieter-Jan probeert hen wel zo veel mogelijk bij de buitenwereld te betrekken met krantenartikels en discussies over wat ze op de televisie gezien hebben.
Pieter-Jan vindt, ondanks de problemen waarmee hij geconfronteerd wordt, zijn werk enorm boeiend. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Het is ongelooflijk hoe gemotiveerd vele cursisten zijn ondanks alle problemen die ze hebben. Je hoopt hen met je lessen toch een beetje meer kansen te geven. Als zo’n cursist dan zegt dat hij graag naar mijn lessen komt, geeft me dat enorm veel voldoening.’




