Aan de basis van Pieter Jans keuze voor het tweejarig mastertraject ligt het Vehicle Design Summit Project (VDS). Dit was een ambitieus internationaal studentenproject waarbij 12 GROEP T-studenten drie jaar geleden besloten om een supermilieuvriendelijke en goedkope auto te bouwen samen met meer dan 20 andere teams van prestigieuze universiteiten over de hele wereld onder leiding van MIT (Massachussetts Institute of Technology). De auto in kwestie, de Vision 200, was een innovatieve high-performance plug-in elektrische wagen, bestemd voor de Indische- en Chinese markt. Het VDS GROEP T Team was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een commercialiseerbare elektrische motor en een lichtgewicht frame waarbij de focus lag op een minimale levenscyclusimpact. Daarna kwam er nog een vervolg met de Vision GT, waarmee het GROEP T team zijn eigen weg opging.
Pieter Jan sloot zich pas in de tweede fase bij VDS aan en was verantwoordelijk voor de markering en sponsoring van het project. Daarnaast onderzocht hij het gebruik van composietmateriaal in het voertuig.
“Een autofreak ben ik nooit geweest”, geeft hij toe. “Wat mij vooral aansprak was het internationale karakter van het project en de samenwerking met bedrijven in binnen- en buitenland, met ondernemerszin en teamspirit als drijvende krachten.”
Andere formule, andere naam
Toen in juni 2009 10 van de 12 VDS-teamleden afstudeerden, besloten Pieter Jan en een Reinout Grommen het project op een of andere manier verder te zetten, zij het in een andere formule en onder een andere naam. Hun plan bestond erin een nieuw team op de been te brengen dat een Ford Fiesta zou uitrusten met een heel nieuw type elektromotor: een switched reluctance motor. Het was dit type motor waar het VDS GROEP T Team twee jaar lang aan werkte, tevens het succesverhaal van het project. Het ontwerp werd bijvoorbeeld voorgesteld op EVS 24, de 24e editie van de Battery, Hybrid and Fuel Cell Electric Vehicle Symposium in Stavanger (Noorwegen)
Toeval of niet, maar op hetzelfde moment was Prof. dr. ir. Geert Waeyenbergh van de unit Management bezig studenten te rekruteren om een 2 PK-oldtimer om te bouwen tot een moderne hybride racewagen. “Het gezond verstand bracht ons ertoe om de krachten te bundelen en te zoeken naar synergie tussen beide projecten”, vertelt Pieter Jan. Dus lieten we de Fiesta vallen voor de 2 PK, waar we dan wel 2 versies van zouden bouwen: een elektrische en een hybride variant. Om de spektakelwaarde ervan te verhogen, besloten we racewagens te maken die deelnemen aan een 24-uren en 24-minuten race op het circuit van Spa-Francorchamps. Ook wat expertise betreft, waren beide teams complementair en zo ontstond het CQS GROUP T Racing Team met 32 gedreven masterstudenten.”
Dat Pieter Jan in deze constellatie voor het tweejarige mastertraject opteerde, lag voor de hand. “Ik was sowieso van plan om na mijn opleiding bij GROEP T nog een jaartje verder te studeren, bij voorkeur in de richting Management”, legt hij uit. “Maar het leek mij even nuttig om dat extra jaar te gebruiken om praktijkervaring op te doen bij het CQS GROUP T Racing Team. Dat was een goede beslissing om verschillende redenen. Om te beginnen kwam ik in contact met heel wat technologie en innovatie. Zo rustten we onze auto’s uit met een aerodynamische racebody bestaande uit 100 % recycleerbaar bio-composietmateriaal. Ook de elektrische switched reluctance motor – waarvan momenteel nog geen enkel commercieel elektrisch voertuig mee uitgerust is – is een ware innovatie. Verder is er de intensieve samenwerking met niet minder dan 50 ondernemingen uit binnen- en buitenland. Dit gaat overigens niet om sponsoring alleen, we ontwikkelen ook samen technologie en krijgen de nieuwste snufjes in bruikleen.”
Leading Engineering
Ook internationaal kwam Pieter Jan aan zijn trekken. Zo trok hij naar de Cranfield University in UK om meer te vernemen over composieten. Wat later reisde hij naar Duitsland waar hij samen met Diederick Brems, Joris Elsen en Balder Wils, Dietz Motoren ervan kon overtuigen een prototype switched reluctance motor voor het team te bouwen aan 1/10 van de prijs. “We worden bij Dietz Motoren nog steeds vorstelijk ontvangen en kregen zelfs voor het testen van het prototype een appartement ter beschikking”, vervolgt Pieter Jan. “En we konden mee voetbal spelen met de bedrijfsploeg. Zoiets creëert banden die verder reiken dan het puur professionele. Ook met andere bedrijven zoals NPSP, LMS International, Sirris, Siemens, en vele andere heeft het team een bijzondere relatie opgebouwd.”
De internationale bedrijvigheid van het CQS GROUP T Racing Team ontging eveneens de prestigieuze Wall Street Journal niet. Op de WSJ Education Website kreeg het team een plaats in de rubriek ‘Leading Engineering’.
Ondersteunende vakken
De ondersteunende vakken van het Postgraduate Program in Entrepreneurial Engineering Experience bestaan o.m. uit hoorcolleges, seminaries en trainingen die de studenten voor het grootste gedeelte zelf kunnen invullen naargelang van hun noden of desiderata. “Dit postgraduaat creëert een grote meerwaarde”, bevestigt Pieter Jan. “Zo kon ik aan de K.U.Leuven vakken volgen als Elektrische Transporttechnologie, Engineering Economy en een interdisciplinair college over Duurzame Ontwikkeling. Bij het Leuvense innovatie- en incubatiecentrum Leuven.Inc nam ik samen met tal van ondernemers deel aan een reeks seminaries over open innovatie, ondernemerschap en kennisregio’s. Onze partner Cadmes gaf ons dan weer een gratis training in eindige elementen analyse (CAE) en computer aided design (CAD), een opleiding die bedrijven stukken van mensen kost. JCI verzorgde voor ons bij Telindus een seminarie over Relationship Styles, waarmee je het beste uit een team en zijn leden kunt halen. Ook de sessies over netwerking waren bijzonder nuttig. De ondersteunende vakken van het postgraduaat zijn dus helemaal geen ballast, die je erbij moet nemen. Wel integendeel!”
Continuïteit verzekerd
Van de 32 masterstudenten van het CQS GROUP T Racing Team opteerde de helft voor de tweejarige formule, de anderen bleven bij het reguliere eenjarige curriculum. “Dat is op zichzelf helmaal geen probleem”, merkt Pieter Jan op. “De éénjarigen staan onder een grotere druk om op tijd hun masterproef klaar te krijgen. Elke éénjarige masterstudent heeft immers een onderwerp dat kadert binnen het CQS GROUP T Racing Team. Zij houden nauwgezet de timing in het oog en focussen meer specifiek op het technologische gedeelte binnen het project. Studenten in de tweejarige formule hebben dan weer meer tijd om zich meer met andere maar al even cruciale aspecten van het project bezig te houden zoals het algemeen management, sponsoring, Marketing & PR, financiën, samenwerking met bedrijven en netwerking. Zo is ook op dit vlak voor complementariteit gezorgd.”
Yves Persoons
www.cqsgrouptracingteam.be